Een rampzalige vaart

  • Home
  • Geschiedenis
  • Archieven
  • Contact

Vindplaats

    Universiteit Leiden

    Koloniale Verslagen

    1895

    Verslag van belangrijke gebeurtenissen ten aanzien van immigratie en kolonisatie te Suriname.

Koloniaal Verslag 1895

1) Het onderzoek, dat blijkens blz. 20 van het vorig verslag is ingesteld naar den toestand waarin de Javaansche immigranten met het stoomschip Voorwaarts naar Suriname waren vervoerd, heeft aan het licht gebracht dat die toestand aan een samenloop van verschillende omstandigheden moet worden toegeschreven.

2) De charterpartij met de maatschappij 'Nederland' werd gesloten den 17den Januari 1894, en het plan was de koelies in den kortst mogelijken tijd te engageeren en te doen vertrekken. Ten gevolge van allerlei teleurstellingen ondervond hun vertrek vertraging; de Voorwaarts kon pas den 30sten april vertrekken. Hierdoor hebben de immigranten veel te lijden gehad te Tandjong Priok en later van de klimaatsinvloeden bij de reis om de Kaap de Goede Hoop.

3) De keuze van den geneesheer is niet gelukkig geweest, daar hij niet alleen de taal der koelies niet verstond, maar blijkbaar ook in het geheel niet met inlanders en hunne behoeften bekend was.

4) Ten opzichte van de verpleging aan boord waren zowel de gezagvoerder als de geneesheer niet van plichtsverzuim vrij te pleiten. Waarom in Suriname geen strafvervolging tegen den schipper en den scheepsgeneesheer kon worden ingesteld, werd reeds in het vorig verslag vermeld. Er viel echter nog na te gaan of er grond was voor eene strafvervolging hier te lande. De minister van justitie, in wiens handen de stukken gesteld werden, vond, in overeenstemming met het advies van den officier van justitie en van den procureur-generaal te Amsterdam, tot strafvervolging van den geneesheer in die stukken geen genoegzame aanleiding en achtte het ongeraden eene vervolging in te stellen tegen den schipper, omdat hoogstwaarschijnlijk het bewijs, dat door hem opzettelijk was gehandeld, niet zou te leveren zijn, hoewel zijne houding inderdaad afkeurenswaardig moest genoemd worden.

5) De gouverneur van Suriname heeft in het gebeurde aanleiding gevonden om de in geval van goede verzorging en behandeling bij art. 6 der charterpartij aan den gezagvoerder en den geneesheer toegezegde premiën, respectievelijk f 3 en van f1,50 voor iedereen levend te Paramaribo ontscheepten immigrant, niet uit te keren.

6) De bedongen vracht voor den overtocht der immigranten, ad f 95.947,50 werd met het oog op de grote schade door het immigratiefonds bij dit transport geleden, met f 8000 verminderd en tot een bedrag van f 87 947,50 uitgekeerd.

7) Ten einde in het vervolg verzekerd te zijn van een behoorlijk vervoer van Javaansche immigranten naar Suriname, zijn bij den Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië dienaangaande voorschriften in behandeling, die geheel in overeenstemming met de aard der reis, tot grondslag zullen hebben de daaromtrent bestaande bepalingen voor het vervoer van Brits-Indische immigranten.

8) (..)

9) Gaf de arbeid en de gezondheidstoestanden van de immigranten uit Java in de kolonie voor 1894 aangevoerd ook weder in evengenoemd jaar alle reden tot tevredenheid, hetzelfde mag ook gezegd worden van den arbeid en het gedrag der in dat jaar met de Voorwaarts in Suriname aangekomen Javanen, wier gezondheidstoestand, na hunne aankomst op de verschillende plantages waaraan zij waren toebedeeld, over het algemeen weinig te wensen overliet.

Bijlage J, no 14, 1894: Aanvoer van migranten

10) In den vooravond van 16 juni kwam alhier te Reede aan het stoomschip Voorwaarts, toebehorende aan de stoomvaartmaatschappij Nederland, gecharterd voor den overvoer der immigranten uit Java. Het schip, metende 2029 ton, werd gevoerd door kapitein C. Koning, als geneesheer was aan boord de arts C.P. Langeveld.

11) Het was op 29 april met bestemming naar hier uit Tandjong Priok vertrokken na op 19 april te Samarang de eerste immigranten te hebben ingenomen en van 20-29 april in de buitenhaven van Tandjong Priok te hebben gelegen om de overigen immigranten in te schepen. Op de reis was Kaapstad aangedaan, waar steenkolen en water waren ingenomen.

12) Naar aanleiding van het groot aantal zieken, waarvan het bericht na het bezoek aan boord van den dienstdoenden officier van gezondheid op het fort Nieuw-Amsterdam het departement bereikte en van het overlijden in den nacht van 16 op 17 juni ter Reede alhier van 3 immigranten en 1 man der equipage, werd het nodig geacht nog voor de inlevering der documenten, bedoeld bij art. 13 van koninklijk besluit van 22 maart 1872 een voorlopig onderzoek aan boord in te stellen.

13) Des middags werden de zooeven bedoelde documenten ontvangen, aaraan ontbraken het certificaat van gezondheid der immigranten te Tandjong Priok ingescheept en het bewijsstuk bedoeld bij art. 10 sub 4 van bovengenoemd Koninklijk besluit dat, daar het schip een tussenhaven had aangedaan, opnieuw had moeten zijn opgemaakt.

14) De inspectie vond de volgende dag plaats. Op weinig uitzonderingen na, zagen de immigranten er onzindelijk, velen daarbij zwak en ziekelijk uit.

15) Klachten werden ingebracht over de voeding en het onvoldoende van het rantsoen drinkwater en de behandeling aan boord. Een onderzoek naar de voedingsmiddelen en het drinkwater leidde tot de uitkomst dat een deel van de als toespijs verstrekte dengdeng bedorven was, terwijl de overige voedingsmiddelen en het drinkwater bleken van goede hoedanigheid te zijn.

16) Wat de geneesmiddelen en de instrumenten betreft, bleek uit onderzoek dat daaraan veel ontbrak wat aanwezig behoorde te zijn. Ook de inrichting der apotheek was zeer gebrekkig. Van het waterdestilleertoestel, waarmede volgens opgaaf van den gezagvoerder 3 a 4000 liter in de 24 uren konden worden gecondenseerd, was op de reis geen gebruik gemaakt.

17) Reinheid en zindelijkheid aan boord lieten te wensen over. De voor immigrantenlogies bestemde gedeelten van het voor- en achtertussendek, ruim 2 meter hoog, werden geventileerd door luiken, patrijspoorten en luchtkokers, een antomatische ventilator ontbrak.

18) Zowel aan stuurboord- als aan bakboordzijde was een latrine aangebracht bestemd voor de mannen, elke latrine voorzien van 2 brilopeningen, terwijl in de onmiddellijke nabijheid daarvan aan bakboordzijde zich de latrine voor de vrouwen bevond, het aantal en de inrichting van deze latrines was in elk opzicht onvoldoende.

19) Ofschoon ruimte en ventilatie van het hospitaal, waartoe een gedeelte van het achterschip, dat vroeger als salon gediend had, bestemd was, voldoende waren, liet de inrichting ervan veel te wensen over. Britsen waren hier evenmin als in het immigrantenlogies aanwezig en evenals daar bestond ook hier geen afscheiding tussen beide seksen.

20) Bij het voorlopig onderzoek op den dag te voren werden in het hospitaal 44 zieken aangetroffen van beide seksen, liggende deels in de salon zelve, deels in afgeschoten doch niet afgesloten ruimten, vroeger als passagiershutten gebruikt. Zij lagen allen ongedekt en slechts gedeeltelijk gekleed op den blooten vloer. Een langwerpig houten bak in een der vroegere hutten diende tot latrine en verspreidde stank.

21) Een ziekenregister was niet aanwezig, evenmin een journaal of aantekeningen waaruit de behandeling der zieken en het ziekteverloop kon blijken.

22) Ziekenoppassers waren niet aangesteld. Tot toediening van versterkend voedsel aan zieken en invalieden waren de nodige middelen niet aan boord.

23) Op den 25e juni werd een begin gemaakt met het geneeskundig onderzoek in het depot dat den 2e juli eindigde. Gedurende dit onderzoek werden nog naar naar het militair hospitaal geëvacueerd 59 hoofden, waaronder 6 die niet ziek waren, zijnde moeders van zieke kinderen of kinderen van zieke moeders die niet van elkander konden worden gescheiden.

24) Verreweg het grootste deel der in het mil. Hospitaal opgenomen zieken leed aan beri beri, malaria, uitputting, terwijl ook verschillende gevallen van ziekten van de schaamdelen onder deze immigranten voorkwamen.

25) 65 paren gaven op gehuwd te zijn.

26) Geen klachten over gezondheid of arbeid van de oude en nieuwe Javanen.